Gratis tool, gebouwd door een ex-accountant

Steekproefgrootte berekenen

Monetary unit sampling voor detailcontroles en attribute sampling voor toetsingen van interne beheersingsmaatregelen, inclusief de evaluatie.

Je cijfers blijven in je browser. Alles wordt op deze pagina berekend. Niets wat je invult wordt verstuurd, opgeslagen of gevolgd.

Steekproefrisico

Steekproefrisico (NV COS 530.5): het risico dat je conclusie op basis van de steekproef afwijkt van de conclusie die je zou trekken als je de hele populatie controleert.

Niet-steekproefrisico (NV COS 530.5): het risico op een verkeerde conclusie om een andere reden, zoals een ongeschikte werkzaamheid of een verkeerd geïnterpreteerde uitkomst. Een grotere steekproef verkleint dit niet.

Selecteer de steekproef zo dat elke steekproefeenheid kans heeft om geselecteerd te worden (NV COS 530.8). Bij MUS is elke euro een steekproefeenheid, dus grote posten worden vaker getrokken.

Monetary unit sampling (detailcontroles)

NV COS 530 bijlage 3, aantal steekproefeenheden: bij MUS is elke euro een eenheid, dus een grotere populatie bij dezelfde tolerabele afwijking → grotere steekproef.

NV COS 530 bijlage 3, tolerabele afwijking: hogere tolerabele afwijking → kleinere steekproef.

NV COS 530 bijlage 3, verwachte afwijking: hogere verwachte afwijking → grotere steekproef.

NV COS 530 bijlage 3, gewenste zekerheid dat de tolerabele afwijking niet wordt overschreden: hogere betrouwbaarheid → grotere steekproef. Een lagere betrouwbaarheid kan passen bij een lager ingeschat risico op een afwijking van materieel belang of andere gegevensgerichte werkzaamheden op dezelfde bewering.

NV COS 530 bijlage 3, stratificatie: MUS stratificeert vanzelf naar grootte, omdat per euro wordt geselecteerd.

Steekproefomvang
–
Steekproefinterval
–

Uitkomsten evalueren (NV COS 530.14–15)

Vul na het testen elke gevonden afwijking in: boekwaarde en gecontroleerde waarde van de post. Laat leeg als je niets hebt gevonden.

Basisprecisie
–
Geprojecteerde overwaardering
–
Bovengrens afwijking, overwaarderingen
–
Geprojecteerde onderwaardering
–
Bovengrens afwijking, onderwaarderingen
–

Formule: n = (populatiewaarde × betrouwbaarheidsfactor) / (tolerabele afwijking − verwachte afwijking × expansiefactor), naar boven afgerond. Steekproefinterval = populatiewaarde / n. Evaluatie: afwijking ÷ boekwaarde = foutfractie; geprojecteerde afwijking = foutfractie × interval (posten van ten minste het interval tellen met hun werkelijke afwijking). Bovengrens = basisprecisie (betrouwbaarheidsfactor × interval) + geprojecteerde afwijkingen van groot naar klein, elk maal de bijbehorende incrementele factor.

Attribute sampling (toetsingen van interne beheersingsmaatregelen)

NV COS 530 bijlage 2, tolerabel afwijkingspercentage: hoger tolerabel percentage → kleinere steekproef.

NV COS 530 bijlage 2, verwacht afwijkingspercentage: hoger verwacht percentage → grotere steekproef.

NV COS 530 bijlage 2, gewenste zekerheid dat het tolerabele afwijkingspercentage niet wordt overschreden: hogere betrouwbaarheid → grotere steekproef. Hoe meer je risico-inschatting op de beheersingsmaatregel steunt, hoe meer zekerheid je nodig hebt.

NV COS 530 bijlage 2, aantal steekproefeenheden: bij grote populaties heeft de omvang weinig effect, daarom is het hier geen invoer.

Steekproefomvang
–
Toegestane afwijkingen
–

Formule: Kleinste n waarbij, met k = n × verwacht afwijkingspercentage (naar boven afgerond) toegestane afwijkingen, de binomiale kans op k of minder afwijkingen bij het tolerabele percentage hooguit 1 − betrouwbaarheid is. Dit reproduceert de AICPA Audit Sampling Guide tabellen A-1 (95%) en A-2 (90%).

Opgezet volgens NV COS 320, 450 en 530. Alleen indicatief: de controlemethodiek van je kantoor gaat voor en de professionele oordeelsvorming blijft bij de accountant.

Bronnen

Wil je dit in je eigen controleworkflow?

Plan een Process Scan